Nieuw in 2015: moderne regels verlof en arbeidstijden

Januari 2015 – De Eerste Kamer heeft in december jl. unaniem ingestemd voor moderne regels verlof en arbeidstijden door in te stemmen met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De meeste maatregelen, bedoeld om het combineren van werk en zorg gemakkelijker te maken, gaan vanaf 1 januari 2015 gelden. Dit wetsvoorstel vormt samen met de Wet werk en zekerheid (WWZ) en de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) een belangrijke stap richting een fatsoenlijke en moderne arbeidsmarkt.

De nieuwe wet regelt dat partners een onvoorwaardelijk recht krijgen op drie dagen opname van ouderschapsverlof rond de geboorte van het kind. Daarmee krijgen zij – naast het huidige kraamverlof van twee dagen – meer mogelijkheden om rond de geboorte tijd door te brengen met hun kind. Ook wordt het bevallingsverlof van moeders bij een langdurige ziekenhuisopname van haar pasgeboren kind verlengd. Een moeder krijgt de gelegenheid om na de ziekenhuisopname haar kind tien weken thuis te verzorgen. Het huidige zwangerschap- en bevallingsverlof van zestien weken is in die gevallen niet afdoende.

Daarnaast gaat het bevallingsverlof van een moeder over naar haar partner als zij overlijdt bij de geboorte van het kind. Op die manier is een pasgeboren kind verzekerd van de zorg van een ouder. Verder is geregeld dat kort- en langdurend zorgverlof voortaan ook kan worden opgenomen bij bijvoorbeeld de zorg voor een huisgenoot, vriend of tweedegraads familielid. Nu nog kan alleen zorgverlof worden opgenomen voor een zieke partner of ouder of voor een ziek kind. Werknemers mogen volgens de nieuwe wet ook elk jaar vragen om een andere arbeidsduur, bijvoorbeeld het aantal dagen dat per week wordt gewerkt. Tot nu toe kon dat maar één keer per twee jaar. Ook kan verlof flexibeler worden opgenomen.

Teveel mensen gaan nu minder werken omdat zij hun zorgtaken niet goed kunnen combineren met hun werk. Sommige werknemers stoppen hierdoor zelfs helemaal met werken of raken overbelast en melden zich ziek. Vooral vrouwen zijn nog vaak economisch niet zelfstandig, wat bij bijvoorbeeld een echtscheiding tot problemen kan leiden. Deze wet is een aanvulling op de afspraken die nu al op de werkvloer en binnen gezinnen worden gemaakt.

De maatregelen uit het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden op een rij:

  • Vergroting gebruiksmogelijkheden van het ouderschapsverlof door:
    • Onvoorwaardelijk recht op drie dagen opname voor vaders bij geboorte kind.
    • Het laten vervallen van de wettelijke bepalingen aan de wijze van aanvraag.
    • Het laten vervallen van de eis dat men één jaar in dienst moet zijn bij de werkgever.
  • Flexibilisering van het pleegzorg- en adoptieverlof door:
    • Het toevoegen van de mogelijkheid dat de werknemer het verlof in overleg met de werkgever gespreid kan opnemen (is nu vier weken aaneengesloten).
    • Verruiming van opnametermijn van 18 naar 26 weken rond opname van het kind.
  • Flexibilisering van de opname van langdurend zorgverlof door het laten vervallen van de wettelijke beperkingen voor de wijze van aanvraag.
  • Uitbreiding van het kort- en langdurend zorgverlof naar werknemers die zorgen voor broers en zussen, grootouders en kleinkinderen, huisgenoten of anderen in de sociale omgeving (per 1 juli 2015).
  • Uitbreiding langdurig zorgverlof: noodzakelijke zorg ingeval van ziekte en hulpbehoevendheid (per 1 juli 2015).
  • Uitbreiding van het bevallingsverlof voor gevallen waarbij het kind na geboorte langdurig in het ziekenhuis moet worden opgenomen (’couveusekinderen’).
  • Overdracht bevallingsverlof in geval van overlijden moeder.
  • Mogelijkheid om het bevallingsverlof vanaf de 6e week na de bevalling in deeltijd op te nemen over een periode van maximaal 30 weken.
  • Het zwangerschapsverlof bij een meerling wordt met 4 weken uitgebreid. De datum van inwerkingtreding van dit onderdeel is nog niet vastgesteld.
  • Verheldering van de werkingssfeer van het calamiteiten- en kortverzuimverlof door toevoeging van het criterium ‘onvoorziene omstandigheden’ als grondslag van verlof en explicitering van ziekenhuisbezoek door de werknemer en noodzakelijke begeleiding van naasten bij medische zorg.
  • Verkorten van de termijn waarop een nieuwe aanvraag tot aanpassing van de contractuele arbeidsduur kan worden gedaan van twee naar één jaar. Bij onvoorziene omstandigheden mag dit ook tussendoor.
  • Introductie van de mogelijkheid om bij onvoorziene omstandigheden (zoals een plotseling zieke partner) af te wijken van de procedurele bepalingen, bijvoorbeeld de aanvraagtermijn in de Wet aanpassing arbeidsduur.

Bron: Rijksoverheid

Wat had Prinsjesdag voor de werkgever in petto?

September 2014 – Voor u als werkgever is het verplicht toepassen van de werkkostenregeling vanaf 1 januari 2015 een belangrijk item dat naar voren kwam op de afgelopen 3e dinsdag in september. Tijd dus om te onderzoeken of uw arbeidsvoorwaarden en salarisadministratie aangepast moet worden op de nieuwe regeling.

Vanaf 1 januari 2011 heeft u kunnen kiezen tussen het reeds toepassen van de werkkostenregeling en het oude systeem van (vrije) vergoedingen en verstrekkingen handhaven. De meeste werkgevers, zeker in het mkb, hebben voor het voortzetten van de huidige regeling gekozen. Vanaf 1 januari 2015 is iedere werkgever echter verplicht de werkkostenregeling toepassen. In de werkkostenregeling worden enkele wijzigingen voorgesteld.

De belangrijkste punten op een rij:

  • Vrije ruimte wordt 1,2%

De vrije ruimte voor aangewezen vergoedingen en verstrekkingen wordt 1,2% van de loonsom. Deze verlaging hangt samen met vereenvoudigingen in de werkkostenregeling die ingaan vanaf 1 januari 2015.

Het noodzakelijkheidscriterium wordt toegepast als vrijstelling voor vergoeding en verstrekking van noodzakelijke gereedschappen, computers, tablets, mobiele telefoons. Als werkgever kunt u gereedschappen, computers (tablets), mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur die u in redelijkheid noodzakelijk acht voor uw bedrijfsvoering (noodzakelijkheidscriterium), vrijgesteld vergoeden of verstrekken. U hoeft dan fiscaal geen rekening te houden met het privévoordeel van de werknemer. Het verschil in fiscale behandeling tussen computers, smartphones en tablets vervalt hierdoor.

De werknemer moet dan wel verplicht zijn tot teruggaaf of vergoeding van de restwaarde als de voorziening naar het redelijke oordeel van de werkgever niet langer noodzakelijk is. De vrijstelling geldt ook voor bestuurders en commissarissen, als aannemelijk is dat deze voorziening een voor de behoorlijke uitoefening van dienstbetrekking van deze werknemer gebruikelijke voorziening is.

  • Vereenvoudiging afrekensystematiek

Werkgevers hoeven maar één keer per jaar de overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen en de eindheffing van 80% over die overschrijding af te dragen. Ze doen dat in de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende jaar. Het blijft mogelijk om, indien u dat wenst, periodiek af te rekenen.

  • Werkkostenregeling: vrije ruimte per concern beoordelen

Werkgevers in een concern hoeven niet per werkgever de vrije ruimte te berekenen, maar kunnen dat voor het concern als geheel doen. Binnen een concern zijn de (klein)dochtermaatschappijen voor ten minste 95% direct of indirect verbonden met de moedermaatschappij. Bij overschrijding van de gezamenlijke vrije ruimte moet de eindheffing worden aangegeven en afgedragen door het concernonderdeel met de grootste loonsom waarover bij de werknemer loonbelasting is geheven.

Let u erop dat bij toepassing van de concernregeling alle betrokken werkgevers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele door het concern verschuldigde belasting.

  • Personeelskorting producten eigen bedrijf blijft bestaan

De personeelskorting voor producten uit eigen bedrijf blijft bestaan, maar dan in de vorm van een gerichte vrijstelling. De personeelskorting bedraagt per werknemer en per jaar maximaal 20% van de waarde van deze producten en niet meer dan € 500 per werknemer per jaar. Het is niet langer mogelijk om het niet-gebruikte deel van de personeelskorting door te schuiven naar volgende kalenderjaren.

  • Gerichte vrijstelling voor werkplekgerelateerde voorzieningen

Het onderscheid tussen het vergoeden van bepaalde werkplekgerelateerde voorzieningen (belast) en het verstrekken ervan (nihilwaardering) wordt opgeheven. Voor vergoedingen en verstrekkingen van bepaalde werkplekgerelateerde voorzieningen komt een gerichte vrijstelling. Voor welke werkplekgerelateerde voorzieningen straks een nieuwe gerichte vrijstelling gaat gelden, is nog niet helemaal duidelijk. Naar alle waarschijnlijkheid zijn dit dezelfde zaken waarvoor straks het noodzakelijkheidscriterium geldt.

 

 

Aantrekkelijke subsidie voor HR-projecten

September 2014- Als u voornemens bent om in 2015 uw personeelsbeleid eens onder de loep te nemen, dan is de regeling ESF-B Duurzame Inzetbaarheid zeer interessant voor u. Doel van de regeling is duurzame inzetbaarheid van werknemers te verhogen. Veel projecten op het gebied van personeel & organisatie kunnen onder duurzame inzetbaarheid geschaard worden. Om voor de subsidie in aanmerking te komen dient het project zich te richten op één of meerdere thema’s, bijvoorbeeld:

  • het maken van een bedrijfs- of organisatiescan
  • het uitvoeren van onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van werknemers
  • het bevorderen van gezond en veilig werken
  • het bevorderen van een leercultuur
  • het stimuleren van interne en externe mobiliteit van werknemers
  • het bevorderen van een flexibele werkcultuur
  • het invoeren van arbeidstijdenmanagement
  • het implementeren van maatregelen die bijdragen aan het actief betrekken van werknemers bij de verbetering van de organisatie
  • het bevorderen van efficiënter werken

Dit zijn enkele voorbeeldthema’s. Ook het verbeteren van diverse personeelsinstrumenten zoals bijvoorbeeld een arbeidsvoorwaardenpakket/regeling, herziening systeem functionerings/beoordelingsgesprekken, functiebeschrijvingen, functiewaardering en beloningsvraagstukken behoort tot de mogelijkheden. Er dient dus goed gekeken te worden naar de projectomschrijving. Subsidiabel zijn externe advieskosten. Er wordt maximaal 50% van het project gesubsidieerd en de maximale subsidie bedraagt € 10.000. De subsidie dient uiterlijk op 15 oktober 2014 aangevraagd te worden.

Een keer praten over de mogelijkheden? Vanwege de aanvraagdatum verzoek ik u dan om zo snel mogelijk contact met mij op te nemen.

Heeft u geen behoefte aan de administratieve rompslomp rondom subsidie? Buro Brugman weet een partij die u daarin begeleidt zodat u er zo min mogelijk werk aan heeft.